[rev_slider Remedial-Teaching-main-baner]

Is uw kind een beelddenker?

Is uw kind een beelddenker?

Beantwoord de volgende vragen met JA of NEE.

01. Kan uw zoon of dochter goed puzzelen?
02. Houdt uw kind veel van de TV en/of spelcomputer?
03. Speelt uw kind graag met constructiespeelgoed (Lego e.d.)?
04. Heeft uw kind een levendige verbeelding en kan daardoor het op gaan in de fantasiewereld?
05. Wordt hij/zij makkelijk afgeleid?
06. Moet u instructies vaak herhalen voordat taken worden uitgevoerd?
07. Heeft uw kind laat leren lopen?
08. Wiebelt hij/zij veel?
09. Eerst doen en dan denken?
10. Is hij/zij overweldigend aanwezig op verjaardagen en in pretparken?
11. Denkt uw kind erg zwart-wit?
12. Is hij/zij erg perfectionistisch, die niet graag faalt (gevoelig voor kritiek)?
13. Wint uw kind graag en is het een slechte verliezer?
14. Herinnert hij/zij gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?
15. Heeft uw kind problemen met het vasthouden van een pen, slecht handschrift?
16. Heeft uw kind een allergie, last van astma of veel oorontstekingen (gehad)?
17. Heeft uw kind een goed gevoel voor humor (creatieve woordspelingen)?
18. Moeten de etiketten uit kleding geknipt worden?
19. Draagt uw kind graag zachte stoffen en heeft hij/zij bijvoorbeeld een hekel aan harde knoopjes?
 
Als u 10 vragen of meer met ‘JA’ heeft beantwoord, is uw kind zeer waarschijnlijk een beelddenker.

Kenmerken beelddenker per leeftijdscategorie

Kenmerken beelddenker per leeftijdscategorie

Drie tot zes jaar
• Uw kind begint later te praten dan leeftijdgenoten
• De articulatie is vaak niet zo goed, uw kind mompelt veel.
• Uw kind heeft niet zo’n grote woordenschat, de woorden die het kent verwacht je niet bij deze leeftijd
• Uw kind springt van de hak op de tak met het vertellen van een verhaal.
• Uw kind heeft moeite met het leren van motorische vaardigheden, bijvoorbeeld zwemmen, knippen.
• Uw kind speelt graag met materiaal waar het mee kan bouwen, bijvoorbeeld lego en duplo.
• Uw kind kan zich onzeker voelen en wordt vaak niet goed begrepen.
 
Zes tot twaalf jaar
• Uw kind heeft moeite met automatiseren, bijvoorbeeld bepaalde sommetjes uit het hoofd leren.
• Uw kind heeft moeite om dingen te ordenen en te structureren.
• Vaak ontwikkelt uw kind de symptomen van dyslexie.
• Uw kind heeft moeite met links en rechts, de eu of ue, b of p.
• Uw kind koppelt de verkeerde letter aan een bepaalde klank.
• Uw kind kijkt globaal naar teksten, daardoor worden bepaalde verschillen tussen letter niet gezien.
• Uw kind kan in de war raken van betekenisloze woorden, er kan geen beeld/ plaatje van gemaakt worden. Daarom is het onthouden van namen ook moeilijk.
• De volgorde van cijfers en de tafels kunnen problemen opleveren.
• Uw kind ontwikkelt een eigen rekenstrategie, die vaak erg omslachtig is.
• Bij het horen van instructies raakt uw kind vaak afgeleid. Doordat dit allemaal beelden oproept gaat hij/zij weer aan andere dingen denken.
 
Twaalf tot achttien jaar
• Uw kind heeft enorme problemen met de verschillende talen.
• Uw kind raakt snel achter op de rest van de groep, door het hogere tempo dan op de basisschool.
• In het eerste jaar wordt er veelal geen goede basis gelegd door het te hoge tempo.
• Het lukt uw kind niet om goede planningen te maken, afspraken na te komen, huiswerk te maken. Doordat uw kind weinig tijdsbesef heeft, wordt alles onderschat.
• Het wat oudere kind is goed in natuur- en meetkunde.

Training Beelddenken & Ik leer anders

 

Training Beelddenken “Ik leer anders”

Het onderwijs sluit niet aan bij alle denkwijzen. Logisch, want de meerderheid van de mensen (±95%) leert auditief digitaal (via het gehoor). Slechts een kleine groep leert visueel. Tijdens de training ‘Ik leer anders’ leert uw kind zelf de lesstof te vertalen naar woordbeelden zodat het wel binnen ZIJN/ HAAR informatiesysteem past. Deze techniek leert uw kind zelf toe te passen binnen vier sessies! Jonge kinderen leren de techniek samen met hun ouders. Op verzoek bespreek ik de methode graag met de leerkracht op school.

Hoe werkt de training?

De training is dan zo opgevat dat ouders en kind zo snel mogelijk zélf verder aan de slag kunnen. In 4 basissessies van een uur leert uw kind wat zijn/ haar sterke kanten zijn en hoe hij/ zij deze optimaal kan inzetten bij het leren. Er wordt een basis gelegd naar lezen, spellen, rekenen, tafels, klokkijken en het opzetten van een planning. Uw kind leert hoe hij/ zij het best kan leren.

Bij deze training hoort het werkboek ‘ik leer anders’. Met dit boek kunt u na de 4 sessies thuis zelf met uw kind verdergaan. U kan er alles over het beelddenken nog eens in nalezen, de woordjes en tafels oefenen en werkbladen uit de training gebruiken. Voorwaarde voor deze intensieve training is dat 1 ouder steeds aanwezig is bij de basissessies. Na de basissessies kan uw kind de geleerde methode ook verder toepassen op nieuwe leerstof.

Indien gewenst kunnen de basissessies met meerdere sessies uitgebreid worden naar specifieke onderwerpen. Voorbeelden zijn: mindmappen, uitwerken van boekbesprekingen, maken van samenvattingen, spreekbeurten of instuderen van vakken zoals aardrijkskunde, geschiedenis of biologie.

De training is al geschikt voor kinderen vanaf 8 jaar.

 

Wilt u meer weten over beelddenken lees verder...

Wilt u meer weten over beelddenken lees verder…

Op jonge leeftijd is het moeilijk te begrijpen dat er verschillende beelden bij hetzelfde woord horen. Ook andersom. “Dit is een meeuw.” “Nee, mama, het is een vogel!” Nieuwe informatie moet aansluiten bij de informatie in het geheugen. Of je moet bewust een nieuw vakje aan maken in het hoofd.

08-remedial-teaching-rotterdam-de-analyze-beeddenken-01

 

09-remedial-teaching-rotterdam-de-analyze-beeddenken-02De meeste woorden kun je visualiseren: hond, huis, lopen enz. Het gelezen woord kan worden omgezet in een beeld. Dit kost tijd. Wanneer een beelddenker schrijft, moeten alle beelden worden omgezet in taal. Een examen neemt dus meer tijd in beslag.

 

“Lege” woorden

Bij een aantal woorden kan je geen beeld oproepen: geen, niet, de, het, een, omdat, die, dat, hulpwerkwoorden, enz. Een beelddenker onthoudt beelden. Dus hoe moet je een woord onthouden als er geen beeld bij hoort?! Deze woorden zeggen je niks en tijdens het lezen sla je deze woorden waarschijnlijk over. Begrijpend lezen is dan ook een probleem. Zeker bij vragen op het examen als: Waar slaat het woord ‘omdat’ op. Tijdens de training ‘Ik leer anders’ slaan we al deze woordjes op als plaatjes. Lezen gaat daarna een stuk makkelijker!

 

 

 

Denkwijze beelddenker
10-remedial-teaching-rotterdam-de-analyze-beeddenken-03

Denkwijze beelddenker

Op school wordt het lesmateriaal logisch opgebouwd. Kleine stukjes informatie worden uiteindelijk een geheel. Dit is voor een beelddenker geen makkelijke opgave! De beelddenker ziet een totaalbeeld. Het systematisch opbouwen van dit beeld schept alleen maar verwarring. De losse stukjes gaan een eigen leven leiden en dragen niet bij aan het geheel. Want de beelddenker koppelt nieuwe informatie graag aan bestaande informatie. In het geheugen gaat hij op zoek naar verbanden vanuit verschillende gezichtspunten (drie-dimensionaal denken).

Leerlingen die in beelden denken, moeten eerst het eindresultaat ‘zien’ of de samenvatting vooraf lezen. Anders wordt de lesstof in het verkeerde ‘vakje’ opgeslagen. Deze kinderen bundelen de informatie dan aan eigen informatie / herinneringen zoals in het onderstaande voorbeeld.

Les 1: De meester bespreekt het varken. “Ik ben naar de bioscoop geweest naar Babe het varkentje.” De informatie verdwijnt in het hoofd in het vakje bioscoop.
Les 2: (week later): De meester bespreekt de koe. “Bij de Mc Donalds zijn de hamburgers van koeien gemaakt. Ze hebben daar een ballenbak!”
Les 3: (weer een week later): De meester bespreekt de kip. “Mijn hond heeft een speelgoed-kip. Ik speel vaak met mijn hond in de tuin.”
Na drie weken zegt de meester: “Zo, we hebben de dieren van de kinderboerderij besproken”.
 
Bij de beelddenker passen de in zijn hoofd gevormde bioscoop, ballenbak en rubberen kip niet in de kinderboerderij!!!

 

11-remedial-teaching-rotterdam-de-analyze-beeddenken-04

Sorteergedrag beelddenker

Een beelddenker ziet een totaalbeeld en kan dit moeilijk opbouwen vanuit losse deeltjes. Hij is wel in staat om vanuit een geheel terug te beredeneren (omgekeerd leren). In het onderwijs wordt informatie altijd opgebouwd. Een bijna onmogelijke opgave voor een beelddenker. Aanleren om eerst het totaalbeeld te overzien om vervolgens terug te beredeneren om de lesstof in de klas te kunnen volgen.

 

We gaan de komende weken de dieren van de boerderij bespreken.

Het beelddenkende kind maakt een vakje in zijn hoofd: de boerderij. Dit zal waarschijnlijk een echt beeld zijn van een stuk land, een huis, een tractor, stallen enz. De komende lessen kan de informatie over de dieren hierin worden verzameld.

12-remedial-teaching-rotterdam-de-analyze-beeddenken-05Aanpak Beelddenker

Lees bijvoorbeeld eerst de samenvatting van een hoofdstuk. Of geef voor het tellen eerst het cijferveld van 1 tot 100, dan weet je waar al die cijfertjes op slaan en waar de lesstof uiteindelijk voor bedoeld is.

Beeldenken vannuit Logopedie

Logopediste mevrouw M.J. Krabbe over beelddenken en het verwerken van informatie:
1. Bekijken, ziften (uit elkaar trekken) en ordenen (wat zijn de verbanden vanuit de verschillende gezichtspunten). 2. Van overtolligheden ontdoen. 3. Vereenvoudigen (de essentie zoeken of het complicerende weglaten). 4. Verkleinen en verscherpen, dus concreet of ‘in the mind’ handelend bezig zijn.

 

 

 

Voorbeeld wiskundeles op school:

Voorbeeld wiskundeles op school:

A. Denkwijze, sorteergedrag niet-beelddenker:
13-remedial-teaching-rotterdam-de-analyze-beeddenken-06
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
B. Denkwijze, sorteergedrag beelddenker:
Een beelddenker gaat de lesstof ziften (uit elkaar trekken) en op zijn manier ordenen (wat zijn de verbanden vanuit de verschillende gezichtspunten). Het eindresultaat is daarom anders dan dat van zijn klasgenoten. Als vooraf het eindresultaat duidelijk zou zijn, had hij de informatie anders opgeslagen in zijn geheugen.
 
14-remedial-teaching-rotterdam-de-analyze-beeddenken-07
 
bron: ikleeranders